top of page

Trezebees

Er was eens, in een land hier ver vandaan, een heel verlegen meisje. Haar naam was Trezebees.

 

Trezebees werkte als veegster in het paleis van de koning. Dat deed ze heel stilletjes,

zodat niemand haar hoorde of zag.

 

Het paleis was gigantisch. Er waren meer dan honderd kamers.

Een van die kamers was het trezoor. Daar bewaarde de koning al zijn schatten.

Elke schat had een verhaal. Allemaal waren ze waar en het waard om gehoord te worden.

Maar dat gebeurde niet.

Er was eens, in een land hier ver vandaan, een heel verlegen meisje. Haar naam was Trezebees.

 

Trezebees werkte als veegster in het paleis van de koning. Dat deed ze heel stilletjes,

zodat niemand haar hoorde of zag.

 

Het paleis was gigantisch. Er waren meer dan honderd kamers.

Een van die kamers was het trezoor. Daar bewaarde de koning al zijn schatten.

Elke schat had een verhaal. Allemaal waren ze waar en het waard om gehoord te worden.

Maar dat gebeurde niet.

Er was eens, in een land hier ver vandaan, een heel verlegen meisje. Haar naam was Trezebees.

 

Trezebees werkte als veegster in het paleis van de koning. Dat deed ze heel stilletjes,

zodat niemand haar hoorde of zag.

 

Het paleis was gigantisch. Er waren meer dan honderd kamers.

Een van die kamers was het trezoor. Daar bewaarde de koning al zijn schatten.

Elke schat had een verhaal. Allemaal waren ze waar en het waard om gehoord te worden.

Maar dat gebeurde niet.

bottom of page